Juf, waar ben je?

De Juf is er niet. Ze is ongeneeslijk ziek en zal niet meer terugkomen naar school.

Lesvoorbereiding: “gieter knutselen”
Volg ons op
Instagram_logo_2016.svg (1)

Lesvoorbereiding: “gieter knutselen”

Inhoud

Materialen:

  • Het boek: juf, waar ben je?
  • Een lege plastieken fles (melkfles)
  • Verf (spuitbus) of gescheurde stukjes papier en behangerslijm
  • Schaar
  • 2 splitpennen
  • Kleefband
  • Lijmpistool
  • Eventueel een priknaald

Inleiding:

Vertellen over planten, wat ze nodig hebben om te groeien, vragen wat mensen nodig hebben om te groeien.

Voorlezen van het boek: Juf, waar ben je?

In het verhaal geef ik jullie ook van alles mee bij het deel van de gieter om open te bloeien tot een mooi mens.

Daarom wil ik met jullie een gieter knutselen.

Kern:

Gieter knutselen:

  1. Lege fles in de helft knippen en ook een boordje van 2 cm afknippen.
knutselen met een lege fles
  1. Maak van het reepje een handvat (beetje korter knippen 15 cm) – maak ze vast aan de zijkant met splitpennen. (Prik de gaatjes met de priknaald)
Gieter maken Juf, waar ben je?
  1. Maak nu een teut – knip de bovenkant van de fles eraf en gebruik dit stukje plastiek – rol het op – kleef even vast met kleefband en knip schuin af zodat het tegen de gieter past (zie foto) zet deze vast aan de fles. (Met kleefband of lijmpistool)
  1. Versier de fles naar keuze bijvoorbeeld: geef de fles kleur door ze met verf (spuitbus) af te werken of kleef er allemaal papiertjes op met behangerslijm. Of je kan ook leuke stickertjes gebruiken. Laat de bovenkant open om een plantje in te zetten.

Veel knutselpret!!

De gieter - Juf, waar ben je?

ZILL doelen

  • IKvk 4: Situaties die als moeilijk ervaren worden en frustraties ombuigen door te zoeken naar mogelijkheden om er bevrijdend mee om te gaan.
  • IVzv 4: Specifieke strategieën inzetten om vragen, opdrachten, uitdagingen en problemen efficiënt aan te pakken.
  • MZkm 2: Functionele grepen gedirigeerd gebruiken voor het hanteren van voorwerpen.
  • MUgr 3: Zich bewust worden van de eigen muzische en creatieve mogelijkheden (talenten) en die tonen.
  • MUge 2: De muzische bouwstenen beleven, herkennen, onderzoeken en hanteren (ruimte en vorm).
  • MUva 3: De technische en expressieve vaardigheden die nodig zijn om zich muzisch uit te drukken in beeld, muziek, dans en drama verfijnen (Beeld: werken met plastische materialen/collage, assemblage, constructie, beeldhouwen, textiel

Eindtermen

1.MUZISCHE VORMING – BEELD

  1. De leerlingen kunnen door middel van kunst- en beeldbeschouwing een persoonlijk waardeoordeel ontwikkelen over beelden en beeldende kunst van vroeger, van nu en van verschillende culturen.
    1. De leerlingen kunnen door betasten en voelen (tactiel), door kijken en zien (visueel) impressies opdoen, verwerken en erover praten.
    1. De leerlingen kunnen plezier en voldoening vinden in het beeldend vormgeven en genieten van wat beeldend is vormgegeven.
    1. De leerlingen kunnen beeldende problemen oplossen, technieken toepassen en gereedschappen en materialen hanteren om beeldend vorm te geven op een manier die hen voldoet.

2.Nederlands – Spreken

2.2 De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = beschrijven) het gepaste taalregister hanteren als ze: aan iemand om ontbrekende informatie vragen

3.Nederlands – Lezen

3.1 De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = beschrijven) de informatie achterhalen in: voor hen bestemde instructies voor handelingen van gevarieerde aard.

1.Mens

Ik en mezelf

1.3.De leerlingen tonen in concrete situaties voldoende zelfvertrouwen, gebaseerd op kennis van het eigen kunnen.

Afdrukken

Delen via:

Inhoud